'Het mooiste is om de jonge geitjes zo snel mogelijk te leren drinken'




Een week of drie, vier per jaar zit Marienes van Genderen tussen de geiten van Wink Veehouderij in Langerak. Hij helpt de boer dan mee in de ‘hooibouw’ van het lammerseizoen. Kleine geitjes de fles geven en hen leren zelfstandig te drinken, daar is de inwoner van Hoogblokland het grootste deel van de dag mee bezig.

De wekker gaat voor Marienes elke ochtend lang voor het licht wordt. Om 6.00 uur komt hij aan bij de boerderij aan de Melkweg in Langerak, waar de net geboren lammeren en de geitjes van een paar dagen oud al hongerig op hem wachten. Dat vroege tijdstip is er niet voor niets, legt hij uit. ‘Er mag maximaal twaalf uur tussen de voedingen zitten. Ze moeten zo snel mogelijk leren drinken, anders verleren ze het alweer.’

De werkdag begint in een afgescheiden ruimte in één van de stallen, waar in groene kratten de jongste lammeren op stro liggen en staan. De lampen erboven zorgen voor warmte. De meeste lammetjes zijn nog vochtig, omdat ze nog maar een paar uur oud zijn. Met een fles in de hand gaat hij aan de slag om ze van hun eerste voeding te voorzien. ‘We beginnen altijd met de jongste geiten om ze biest te geven. Dat krijgen ze twee keer per dag. Als ze droog en sterk genoeg zijn, gaan ze door naar het volgende hok.’

Dat bevindt zich naast de tafels waarop de kratten staan. In een stuk of vier afgescheiden ruimtes springen en rennen de iets oudere geitjes rond. Hoe verderop in de gang, hoe ouder ze zijn. ‘Met eten geven werken we van jong naar oud. De jongsten krijgen biest, de anderen melk, dat we maken van warm water en melkpoeder’, vertelt hij bij het apparaat dat het water en het poeder vermengt. In de panelen aan de zijkant van de hokken zitten plastic ‘tepels’, waar de geitjes zelfstandig uit drinken. ‘Het doel is dat ze dat zo snel mogelijk zelf doen. Daar gaat de meeste tijd inzitten. Sommige lammeren kunnen het na drie of vier keer al zelf, anderen moet je het wel twintig keer voordoen. Vaak zijn het de sterkste geitjes die het ook het snelste leren.’

Na de eerste ronde biest en melk geven, helpt Marienes de geitenboer met zijn werkzaamheden. ‘Als er tijd is, tenminste. Dat hangt ervan af hoeveel lammeren er zijn geboren in de afgelopen nacht en hoe snel het voeren gaat. Soms zijn het er maar drie, soms meer dan twintig. Meestal ben je met één ronde een uur of drie bezig. We drinken dan koffie, eten wat en gaan om een uur of tien aan de slag met weer een ronde. Dan zijn er soms alweer nieuwe geitjes geboren die dan weer biest krijgen. De lammeren die eraan toe zijn verplaatsen we naar het hok ernaast.’

Na het middageten begint het hele proces weer voor af aan. In totaal krijgen de jonge geitjes vier keer per dag biest en/of melk. ‘Dat gaat zo elke dag, een paar weken lang. De eigenaar heeft de hulp dan hard nodig, want hij kan dat naast het gewone werk op de boerderij lang niet allemaal zelf doen. Je leert trouwens al snel zien of ze voldoende melk binnenkrijgen. Als ze honger hebben, weten ze niet hoe snel ze naar je toe moeten rennen.’

Marienes van Genderen kwam na de schooljaren op het Wellantcollege in Ottoland terecht bij AB Midden Nederland. Vier dagen werken, één dag naar school, die combinatie trok hem aan. Bij AB Midden Nederland kreeg hij de kans om zijn geld te verdienen met werk in de agrarische sector. 'Inmiddels heb ik bij Wink nu een jaar of vier, vijf gewerkt', vult de 28-jarige bedrijfsverzorger aan. 'Meestal val ik in voor melkveehouders die door ziekte of een ongeval tijdelijk hun bedrijf niet kunnen runnen. Door de afwisseling vind ik dit leuk om te doen. 'Wat ik er het mooiste aan vind? Het is elke keer een uitdaging om de lammeren zo snel mogelijk te leren drinken. Daar geniet ik van.'