AB Midden Nederland vult vraag naar personeel in ondanks krappe arbeidsmarkt




“Het was een turbulent jaar, waarin we mee konden groeien met onze klanten”, stelt directeur Wim Schipper. “De stijgende vraag naar tijdelijke medewerkers werd vooral veroorzaakt doordat onze bestaande klanten zo succesvol zijn. Wij konden die vraag ondanks de krapte op de arbeidsmarkt toch goed invullen omdat we tijdig hebben geïnvesteerd in recruitment capaciteit en huisvesting voor onze arbeidsmigranten. Het aantal klanten nam licht toe. Door de nieuwe vestigingen in Ridderkerk en Veenendaal kunnen we onze klanten beter bedienen; terugkijkend kunnen we constateren dat die uitbreiding een goede stap is geweest.”

Met een omzetgroei van negentien procent naar 62 miljoen euro, een netto winststijging van 1,8 naar 2,6 miljoen euro en een netto winstmarge die omhoog ging van 3,4 naar ruim 4 procent van de omzet kan directeur Wim Schipper zeer tevreden terugkijken op 2018. De toenemende vraag naar arbeidsmigranten uit Oost-Europa zorgde er ook in 2018 voor dat AB Midden Nederland veel aandacht aan goede huisvesting besteedde. Inmiddels heeft de coöperatie meer dan 180 woningen in bezit waarvan 40 woningen in bezit zijn van AB Midden Nederland. “we hebben de financiële ruimte hierin verder te investeren”, vult Schipper aan. “We gaan met name kijken naar de mogelijkheden van grootschalige huisvesting, bijvoorbeeld in de vorm van tijdelijke woonunits. Met onze leden hebben we daarover al van gedachten gewisseld.”

Duurzaamheid was in 2018 één van de belangrijkste aandachtspunten voor AB Midden Nederland. Wij investeren niet alleen in onder meer zonnepanelen, elektrische bedrijfsauto’s en energiezuinige ledverlichting, “maar ook in duurzame inzetbaarheid van al onze medewerkers, zowel onze vaste krachten als onze tijdelijke medewerkers. De focus ligt hierbij op het tijdig bewust maken van de mogelijkheden van omscholing en bijscholing, zodat onze medewerkers zich bij AB kunnen ontwikkelen, meer toekomstmogelijkheden krijgen én onze klanten meer vaardigheden en kwaliteit kunnen bieden.”

Op het moment van schrijven is 2019 alweer enkele maanden ‘onderweg’. De eerste belangrijke ontwikkeling was de overname van een klein uitzendbureau, waarvan het werkgebied aansluit op dat van AB Midden Nederland. “Het versterkt de sectoren én de gebieden waar wij werkzaam zijn. Positief is ook dat we dit uit eigen middelen hebben kunnen financieren.”

Daarnaast liggen de plannen voor de nieuwe huisvesting van de vestiging in Houten klaar. In 2019 worden verdere stappen gezet om de nieuwbouw te realiseren. “We groeien hier uit onze voegen. Er was behoefte aan meer werkplekken, parkeerplaatsen, vergaderruimten, een centrale receptie en een grotere opslagruimte zodat hier alles centraal kan worden opgeslagen. We hadden wel de keuze tussen een nieuw kantoor of het uitbreiden van het bestaande pand. Maar uiteindelijk bleek nieuwbouw op vrijwel alle gebieden een betere keuze. We kunnen bijvoorbeeld al onze wensen doorvoeren, het gebouw wordt duurzaam en het wordt een visitekaartje dat bij de kwaliteit en uitstraling van AB Midden Nederland past. Eind dit jaar hopen we te gaan bouwen. In het najaar van 2020 hopen wij ons nieuwe pand te openen."

Schipper voorziet voor dit jaar een gematigder groei. “We gingen uit van vijftien procent en de praktijk laat dit tot nog toe ook zien. Wij zijn daar blij mee. Deze groei is goed beheersbaar en het geeft ons de ruimte om de veranderingen binnen de organisatie nog beter in te passen, waar nodig verbeteringen door te voeren en verder te investeren in kwaliteit. Want dat staat bij AB Midden Nederland altijd voorop: we blijven ons onderscheiden in de markt door kwaliteit.”



Andere insteek reductieregeling

Van de basis van AB Midden Nederland, de reductieregeling, werd in 2018 minder gebruik gemaakt dan verwacht. “Er hoefde veel minder ingevallen te worden voor boeren die tijdelijk hun bedrijf niet kunnen runnen dan we ingeschat hadden”, knikt Wim Schipper. “We konden daardoor een flink overschot noteren. In tegenstelling tot voorgaande jaren keren we dat niet uit, maar reserveren we dit. Zo kunnen we in een jaar waarin er juist meer dan verwacht gebruik gemaakt wordt van de reductieregeling een tekort opvangen. Het doel is een voorzichtiger beleid om zo de premie beheersbaar en stabiel te houden. Er is wel een maximum gesteld; we willen het niet blijven oppotten.”

De trend in de reductieregeling is dat het aantal leden licht terugloopt. De hierboven genoemde maatregel is één van de stappen om ervoor te zorgen dat de regeling toch betaalbaar blijft. “Daarnaast brengen we een maximum aan in de periode waarin een lid gebruik kan maken van de reductieregeling. Het gaat daarbij om twee jaar, met hetzelfde ziektebeeld. Dat kan ook in onderbroken periodes zijn, als een ziekte regelmatig terugkeert.”