'Wij zijn geen concurrenten, maar collega's'

Bedrijfsverzorgers en uitzendkrachten bij AB Midden Nederland



De sterke stijging van de uitzendtak van AB Midden Nederland zorgt ervoor dat de basis van het bedrijf, de bedrijfsverzorging, relatief een kleiner onderdeel van de coöperatie is gaan uitmaken. Maar de uitzendwerkzaamheden zullen de bedrijfsverzorgers nooit overbodig maken. ‘Dankzij de uitzendtak kunnen wij ons werk nog doen. We hebben elkaar nodig’, benadrukt bedrijfsverzorger Wim Besseling.

Samen met relatiebeheerder Krijn Verlek en teamleider Eduard Struijk schuift hij op een vrijdagmiddag aan om dit onderwerp te bespreken. Ervaring als bedrijfsverzorger heeft Besseling meer dan voldoende; al 27 jaar is hij werknemer van AB Midden Nederland, waarvan hij twintig jaar bij Bayer ‘doorbracht’. Van die afstand – want veel contact met collega’s heeft hij doorgaans niet – merkt hij in de afgelopen jaren wel dat het uitzendgedeelte van AB Midden Nederland fors groeide. ‘Als ik las wie er in dienst kwam, stonden daar steeds meer namen die eindigden op ‘cz’ bij’, glimlacht hij. ‘Soms sprak ik collega’s daarover en dan hoorde ik nog wel eens: ‘Die komen ons werk overnemen’.’

Een houding waar hij wel begrip voor heeft, maar waar Wim het mee oneens is. ‘Zo ligt het zeker niet. Ik vraag dan: ‘Hoe had AB Midden Nederland eruit gezien zonder Polen? Hadden we als bedrijfsverzorgers ons huidige tarief dan kunnen handhaven?’ Ik denk van niet. We hebben elkaar nodig. Het zijn geen concurrenten, maar collega’s. Ik denk dat AB Midden Nederland het heel goed gedaan heeft door hier veel aandacht en energie in te steken.’

De bedrijfsverzorging zit in het DNA van AB Midden Nederland. Ooit vormde het in de vorm van de boerenhulp de oorsprong van de coöperatie. Die afkomst gaat zeker niet overboord; daarvan zijn Eduard Struijk en Krijn Verlek overtuigd. ‘Het elkaar nodig hebben, dat herkennen wij heel duidelijk. Juist de bedrijfsverzorging is het hart van wat wij doen. Daarmee onderscheiden we ons in de markt. Het kunnen leveren van specialisten die meer bieden dan anderen, die door bedrijven graag ingehuurd worden om hun kennis en ervaring, dat is onze kracht. Anders zouden we gewoon één van de vele uitzendbureaus zijn.’

Wim vult hem aan: ‘Dat merk ik uit eigen ervaring. Doordat ik al zolang bij Bayer meeloop weet ik op praktisch gebied vaak meer dan jonge specialisten en breng ik hen een stap verder. Ik heb veel waardering voor mijn collega’s die zich richten op repeterend werk, maar met de bedrijfsverzorgers heeft AB Midden Nederland specialisten in huis op hun vakgebied die echt een meerwaarde leveren.’ Krijn Verlek hoort het met instemming aan. Hij ziet nóg een pluspunt: de goede naam die de bedrijfsverzorgers aan AB Midden Nederland bezorgen. ‘Als een ondernemer een bedrijfsverzorger van ons heeft ingehuurd, klopt hij ook voor uitzendwerk bij ons aan. Dat gebeurt regelmatig. Het is dan geen vervanging, maar een aanvulling.’

Dat het belang van de roots van AB Midden Nederland niet alleen met woorden wordt onderstreept, blijkt uit het feit dat de statuten van de Ledenraad afgelopen jaar zijn aangepast. Het aandeel van de agrarische leden is daarin vastgesteld op zestig procent. “Zo is onze basis ook formeel vastgelegd”, knikt Eduard. “Het aantal leden is daarom van veertien naar negentien gegaan. Zo konden we voldoen aan de voorwaarde die we onszelf gesteld hadden.”

Aan het einde van het gesprek onderstreept Wim het nog maar eens: aantallen zeggen niet alles. “En dat sommigen zich er zorgen over maken dat het bedrijf waar zij nu nog werken straks misschien van Polen gebruik gaat maken, zie ik ook positief: ze zijn zelf ook heel betrokken bij hun werkgever en willen zich daar graag voor in blijven zetten.”